De rekenopbouw voor cryptobezittingen
Aankopen en verkopen worden verwerkt om echte waardeverandering te scheiden van geld dat je zelf hebt ingelegd of onttrokken. Interne transfers tussen eigen wallets zijn op zichzelf geen aankoop of verkoop, maar moeten in de administratie wel herkenbaar blijven.
Van beginwaarde naar werkelijk rendement
| Onderdeel | Bewerking | Waarom |
|---|---|---|
| Waarde op 31 december | Optellen | Eindwaarde van de cryptobezittingen |
| Waarde op 1 januari | Aftrekken | Beginwaarde van hetzelfde kalenderjaar |
| Aankopen in het jaar | Aftrekken | Nieuwe inleg is geen rendement |
| Verkopen in het jaar | Optellen | Onttrokken verkoopwaarde hoort bij de jaarontwikkeling |
| Overige inkomsten | Waar van toepassing optellen | Werkelijk rendement omvat ook inkomsten uit box-3-vermogen |
De vergelijking gaat over je totale box-3-vermogen
Het werkelijke cryptorendement is één onderdeel van het totale werkelijke rendement. Rente, dividend, waardeveranderingen van andere bezittingen en betaalde rente over box-3-schulden kunnen eveneens meetellen.
Een negatief resultaat op crypto kan daardoor worden verrekend met positief rendement op ander vermogen in hetzelfde kalenderjaar. Is het totale werkelijke rendement negatief, dan zet de Belastingdienst dit voor deze regeling op nul; verrekening met een ander jaar is niet toegestaan.
Deze gegevens heb je nodig
Bewaar niet alleen een jaareindoverzicht. Leg per platform en wallet de begin- en eindbalans, de gebruikte eurowaardering en alle aankopen en verkopen vast. Markeer interne transfers zodat ze niet dubbel als geldstroom worden behandeld.
Vanaf belastingjaar 2025 vraagt de aangifte volgens de Belastingdienst automatisch of je werkelijk rendement wilt doorgeven wanneer je vermogen hebt. De Belastingdienst vergelijkt vervolgens het fictieve en werkelijke rendement.
- Eurowaarde op 1 januari
- Eurowaarde op 31 december
- Totale aankopen
- Totale verkopen
- Andere box-3-inkomsten en betaalde schuldrente
- Herleidbare exports en koersbronnen